Semi-permanente tentoonstellingen
Bezoekers van de tentoonstelling 'De seizoenen van het Brabantse volksleven' krijgen een indruk van het leven op het platteland en in de stad tussen 1840 en 1915. De vier seizoenen vormen de rode draad van de tentoonstelling. Bezoekers maken hierdoor als het ware een wandeling. Elk jaargetijde met zijn specifieke sfeer en werkzaamheden wordt uitgebeeld met behulp van diverse authentieke voorwerpen. Tegelijkertijd worden bezoekers meegenomen door twee levens. Aan de hand van de fictieve hoofdrolspelers - de boerenzoon Theo van Oirschot en het stadse meisje Anna Teurlings - beleeft de bezoeker de vier seizoenen (lente, zomer, herfst en winter) en de seizoenen van het leven (jeugd, jong volwassen, rijpheid en ouderdom). Bij elk seizoen vertellen Theo en Anna iets over hun leven, van hun geboorte (+/- 1840) tot aan hun oude dag (+/- 1915). Hierdoor krijgen bezoekers een goed beeld van het leven in de tussenliggende periode.
De tentoonstelling start bij het lenteseizoen. Diverse authentieke landbouwwerktuigen en voorwerpen laten zien welke werkzaamheden en ambachten dit voor het platteland met zich meebracht. Theo en Anna vertellen over 'de lente' van hun leven. Zo vertelt Theo over de boerderij waar hij is geboren, over het schrale land, de armoede en de rol van het geloof. Anna vertelt over haar geboorte, haar ouders en de meer stadse beroepen die zij uitoefenden (naaister en onderwijzer). Dan volgt de zomer. Diverse werktuigen en voorwerpen laten zien welke werkzaamheden en ambachten dit hooi- en oogstseizoen voor het platteland met zich meebracht, en Theo en Anna vertellen verder. Zij zijn inmiddels allebei getrouwd en de bezoeker krijgt een indruk van hun leven aan de hand van de voorwerpen die bij deze levensfase horen (zoals huwelijksgeeschenken). De herfst en de winter worden op een vergelijkbare wijze uitgebeeld. Theo en Anna zijn inmiddels bejaard en werken niet meer. Het is inmiddels 1915 en de tijden zijn erg veranderd, zowel op het platteland als in de stad.